https://blog.crelan.be/nl/waar-komen-de-coronamiljarden-die-onze-economie-moeten-redden-plots-vandaan/

Waar komen de coronamiljarden die onze economie moeten redden plots vandaan?

De economie kreunt onder corona, maar de centrale banken beloven er alles aan te doen om ze te redden. Ook de overheden draaien de geldkraan open en pompen miljarden aan steun in de bedrijven. Maar waar komt al dat geld vandaan? En zullen we dat ooit moeten terugbetalen?

Waar komen de coronamiljarden vandaan?

Sinds de uitbraak van het coronavirus vliegen de miljarden ons om de oren. De steunmaatregelen kostten ons land tot nu toe al zo’n 15 miljard euro. En de bedragen die de centrale banken uittrekken, zijn ronduit hallucinant. De Europese Centrale Bank (ECB) kondigde een extra geldinjectie aan van 1.350 miljard euro, bovenop het lopende stimuleringsprogramma van 20 miljard euro per maand. Aan de andere kant van de oceaan strooit de Amerikaanse Federal Reserve met biljoenen dollars. Maar de vraag is: waar komt al dat geld vandaan?

Virtueel geld

‘De miljardensteun van de centrale banken komt letterlijk uit het niets,’ zegt Bart Abeloos, expert financiële markten bij Crelan. ‘Dat geld rolt niet echt van de drukpersen. Je moet het zien als louter een cijfer met veel nullen dat bijgeschreven wordt op de balans van de centrale bank. De centrale bankiers kopen daarmee massaal obligaties op. De verkopers zijn onder andere  banken. Die gebruiken het ontvangen geld onder meer om de kredietlijnen aan de bedrijven open te houden en de financiële markten zuurstof te geven. In crisissituaties is dat broodnodig om te vermijden dat het systeem geblokkeerd raakt. Door massaal obligaties op te kopen, stuwen de centrale banken de koersen omhoog en daalt de langetermijnrente automatisch.’

Monetaire bazooka

De centrale banken zijn niet aan hun proefstuk toe. De Amerikaanse Federal Reserve begon al in 2009 met het opkopen van obligaties om de kredietcrisis te bestrijden. Met succes: de rente viel terug en de economie herleefde. Enkele jaren later greep de ECB naar de monetaire bazooka als laatste redmiddel tijdens de eurocrisis. ‘Het betekende de redding voor Zuid- Europa’, zegt Bart Abeloos. ‘Rentevoeten van 5 procent en hoger dreigden het bedrijfsleven te versmachten. De monetaire injecties van de ECB hebben de rust doen weerkeren en de rente doen dalen. Alleen: door de aanhoudende opkoopprogramma’s en de schaarste aan veilige obligaties, is de rentedaling te ver doorgeschoten. Zo’n 15.000 miljard dollar aan obligaties noteren momenteel aan een negatieve rente. Dat heeft een aantal negatieve bijwerkingen.’

Moeilijke evenwichtsoefening

Eén negatief gevolg zult u zeker herkennen: spaargeld brengt amper nog iets op. De kleine spaarder betaalt het gelag. Maar ook institutionele beleggers — zeg maar: pensioenfondsen en verzekeraars — voelen de pijn van een lage rente. Zij hebben risicoloze obligaties nodig voor het beheer van hun reserves. Bij negatieve rentevoeten moeten ze daar een hoge prijs voor betalen en komt hun rendement in gevaar. De banken dreigen dan op hun beurt ook in de problemen te komen, doordat het verschil te klein wordt tussen de rente die ze ontvangen op verstrekte kredieten en de rente die ze zelf moeten betalen op spaargeld. Dat fenomeen noemen we een ‘krimpende rentemarge’, en het stelt de centrale banken voor een moeilijke evenwichtsoefening: hoe kunnen we een monetair stimuleringsbeleid voeren zonder de stabiliteit van de banken in het gedrang te brengen?

Verschuiving naar vastgoed

Het omgekeerde effect zien we bij risicodragende beleggingen, zoals aandelen en vastgoed. Omdat spaargeld en obligaties bijna niets meer opbrengen, begeven spaarders zich op de vastgoedmarkt en de beurzen. Dat heeft zich vertaald in stijgende prijzen of ‘asset-inflatie’. Voor jonge mensen wordt het almaar moeilijker om nog een eigen woning te kunnen kopen zonder steun van thuis. Zelfs de afbouw van fiscale gunstregimes en de impact van de coronacrisis hebben de Belgische vastgoedprijzen nauwelijks doen dalen. Zo sterk is de opstuwende kracht van de lage rente.

Bodemloze put

Dé vraag is nu: hoe lang kunnen de centrale banken dit nog volhouden? En vooral: moeten we al dat geld vroeg of laat niet terugbetalen? Over het antwoord zijn economen het vandaag niet eens. Volgens de school van de moderne monetaire theorie hoeven overheden daar niet van wakker te liggen. Sterker nog: volgens hen moeten de overheidsbegrotingen nu net diep in de rode cijfers gaan om de economie overeind te houden. De veroorzaakte tekorten kunnen mee op de toch al grote schuldenberg. De ECB en andere centrale banken kunnen die schulden vervolgens opkopen zodat ze niet meer op de overheidsfinanciën wegen. Volgens die theorie staat er geen limiet op de geldcreatie. De enige beperking is het gevaar van oplopende inflatie — maar dat is voer voor een ander artikel.

Zombiebedrijven

Of het in werkelijkheid zo simpel is, is nog maar de vraag. Meer traditionele economen vrezen dat bovenstaand recept tot een zombie-economie leidt. ‘Zij zien de geldinjecties van de centrale banken als doping voor de economie’, zegt Bart Abeloos. ‘Als geld toch gratis is, waarom zouden bedrijven en overheden dan nog moeite doen om orde op zaken te stellen? Nu al bestaat 20 procent van onze economie uit zombiebedrijven. Dat zijn bedrijven die te weinig winst maken om de interest op hun schulden te betalen.’ Om dat scenario te vermijden is een gezonde ethiek belangrijk: gemaakte schulden moeten terugbetaald worden.

Extra belastingen?

De waarheid ligt wellicht ergens in het midden. Een groot deel van alle schulden zal uiteindelijk niet zomaar verdwijnen. Daarvoor zullen we met z’n allen extra belastingen moeten betalen. ‘Het droomscenario is om extra belastinginkomsten te genereren door bijkomende groei’, zegt Bart Abeloos. ‘Maar daar zijn we in Europa niet zo sterk in. Als dat niet lukt, zullen we dus niet alleen hogere belastingtarieven, maar ook nieuwe belastingen moeten aanvaarden. Voorlopig is daar nog geen haast bij. Al minstens tot juni 2021 blijven de uitzonderlijke monetaire programma’s lopen. Een geleidelijke afbouw is het meest waarschijnlijke scenario. Dat zal niet eenvoudig zijn, maar gelukkig hebben we hier nog jaren de tijd voor.’

Disclaimer: De informatie uit deze publicatie vormt een algemene toelichting bij de financiële actualiteit en mag niet worden beschouwd als een concreet advies of aanbeveling met betrekking tot financiële producten.