https://blog.crelan.be/nl/moet-je-als-belegger-veel-geduld-hebben/

Is tijd de grootste bondgenoot van de belegger?

Wie z’n geld wil beleggen, vindt goede raad in overvloed. ‘Investeer alleen geld dat je kunt missen’, bijvoorbeeld. Of: ‘Beleggen doe je voor de lange termijn’. Maar hoe lang is die ‘lange termijn’ precies? En hoe vermijd je dat je geld jarenlang ‘stil’ komt te staan na een dip in de financiële markten? In dit artikel reiken we twee tips aan om de grillen van de beurzen te counteren.

Een vrouw staat langs de kustlijn en kijkt naar de horizon, naar de ondergaande zon. Ze neemt haar tijd, net zoals beleggen ook vaak een kwestie van tijd is.

Als belegger heb je belang bij een langetermijnvisie, een beleggingshorizon. Dat komt omdat de aandelen in je portefeuille erg volatiel zijn: de koersschommelingenkunnen grootzijn, zowel opwaarts als neerwaarts. De ups-en-downs van de beurs sinds de start van het jaar brengen dat nog eens in herinnering. Ja, aandelen hebben een unieke kwaliteit: ze zijn de enige activaklasse die de waarde van een portefeuille op lange termijn kan laten mee-evolueren met de welvaartscreatie in de economie. Maar de prijs voor die eigenschap is dat aandelen ook de speelbal zijn van marktsentiment: hoop en vrees, overmatig optimisme of pessimisme.

Beleggers zullen geregeld met dalingen te maken krijgen. Om die reden mag je niet beleggen met geld dat je op korte termijn nodig hebt. Investeren terwijl je plannen hebt om over een aantal jaar een huis te kopen, of een nieuwe auto? Slecht idee. Het risico dat je je belegging zou moeten verkopen op een ongunstig ogenblik is reëel. Voor doelen op dergelijke korte termijn beleg je niet, maar spaar je.

Hoe lang is lang voor een belegger?

Maar goed, hoe lang is nu die ‘lange termijn’ die je voor ogen moet houden? Wat is de – in het slechtste geval – langste tijd die nodig is om een beursdaling weer goed te maken? Die vraag valt niet eenvoudig te beantwoorden. Een belangrijke factor om rekening mee te houden is: waarin beleg je? In het geval van individuele aandelen is elke richtlijn zinloos. Veel aandelen die een terugval ondergaan bereiken nooit meer hun oude peil. Om ons een idee te vormen over de veerkracht van aandelenmarkten, kijken we dus best naar een ruime verzameling aandelen.

Nu, zelfs als we zogenaamde ‘beursindices’ als maatstaf nemen, die tientallen tot honderden aandelen omvatten, oogt het resultaat niet zo fraai. De Euro Stoxx 50, een index met de 50 meest toonaangevende aandelen uit de Eurozone, bereikte z’n hoogste koers ooit op 6 maart 2000: 5.464,43 punten. Vandaag, bijna 22 jaar later, noteert deze index nog steeds 25% onder die hoogste koers.

De Nikkei 225-index, een graadmeter voor de Japanse aandelenmarkt, bereikt z’n hoogste koers op 29 december 1989, alvorens in een diepe berenmarkt weg te zakken: pas 20 jaar later, in maart 2009 werd het dieptepunt bereikt (81,9% onder de hoogste koers). Zelfs na een indrukwekkende rally, ingezet eind 2012, noteer de Nikkei-index nog steeds 28% onder de hoogste koers – inmiddels meer dan drie decennia geleden. Dit zijn geen obscure markten: het gaat om de tweede grootste (Eurozone) en vierde grootste (Japan) economie ter wereld, en toch zitten beleggers in hun toonaangevende bedrijven al 32 jaar of 22 jaar met verlies, als ze op het hoogste punt instapten.

Ook de buitengewoon succesvolle Amerikaanse beurs heeft dergelijke historische lange periodes van daling gekend. Na de beurscrash van 1929, die de Great Depression van de jaren 30 inluidde, duurde het 30 jaar, tot in 1959, voor de Dow Jones-index z’n niveau van voor de crash bereikte. En ook tussen 1965 en 1995 zagen we 30 jaar lang stilstand in de koersen – daar zaten de inflatie en de oliecrisis van de woelige jaren 70 voor veel tussen. Zelfs de immens succesvolle Nasdaq-index had, na het uiteenbarsten van de technologiezeepbel in 2000 ruim 14 jaar nodig om de topkoers van toen weer te bereiken (en is inmiddels meer dan verdrievoudigd in waarde…).

Dat zijn ontnuchterende vaststellingen. Twintig, dertig jaar ‘stilstaan’ als je wat pech hebt als belegger: wie kan dat opbrengen, zowel financieel als emotioneel? En toch zijn er twee goeie oplossingen om met dit risico om te gaan: maximaal spreiden en gespreid instappen.

Oplossing 1 voor de belegger: maximaal spreiden

Zoals de bovenstaande voorbeelden illustreren, is het niet genoeg om te spreiden over een groot aantal Europese aandelen, of Japanse, of Amerikaanse bedrijven. Daarmee beperk je wel het gevaar dat je blootgesteld bent aan individuele bedrijven die het niet goed doen, maar een markt kan in z’n geheel langdurig ondermaats presteren. Je moet dus voor een belangrijk deel van je aandelenportefeuille wereldwijd beleggen (in de praktijk betekent dat: beleggen in fondsen die op hun beurt een wereldwijde selectie van aandelen aanhouden).

Zoals hierboven al gezegd: de piek voor Europese aandelen in voorjaar 2000 werd gevolgd door een daling die vandaag nog niet goedgemaakt is. De VS zag in april 2006 al groene cijfers. Ondanks de zwakke prestatie van Japan of de Eurozone brachten wereldwijde aandelen in de periode 2001-2020 op jaarbasis gemiddeld 4,8% na inflatie op1.Wie ook Amerikaanse aandelen in de portefeuille had, wreef zich in de handen, want terwijl Europa en Japan kwakkelden, stoomde de Amerikaanse beurs vooruit (met een flinke terugval in 2008-2009 door de grote financiële crisis, zonder dewelke het gemiddeld jaarrendement beduidend hoger zou geweest zijn). Maar wie weet zijn de komende decennia de rollen wel omgedraaid?

Punt is dat je niet kunt voorspellen welke markten de beurs zullen trekken, en welke zullen achterblijven. De oplossing? Zorg ervoor dat je aan alles blootgesteld bent: kies voor een goeie mix van Europese én Amerikaanse én Japanse aandelen. En vergeet de groeilanden niet.

Bovenstaande voorbeelden beperken zich tot aandelen. Maar als je ook obligaties en cash en eventueel andere activaklassen aan de mix toevoegt, zou je veel minder scherpe dalingen gekend hebben. Onderzoek van JP Morgan geeft aan dat, in de periode 1950-2020, er geen enkele periode van vijf jaar was waarin een gediversifieerde portefeuille (voor de helft uit een wereldwijde aandelenindex; voor de andere helft een wereldwijde obligatie-index) een negatief rendement vertoonde. Uiteraard: rendementen uit het verleden zijn geen garantie of voorspeller van toekomstige beleggingsresultaten, maar een dergelijke observatieperiode kunnen we niet zomaar negeren.

Oplossing 2 voor de belegger: gespreid instappen

Bovenstaande ‘horrorscenario’s’ waren het lot van wie net op de piek instapte, en daarna vele jaren in de rode cijfers bleef zitten. Maar zelfs dat risico kun je temperen.

Nemen we als fictief voorbeeld opnieuw de EuroStoxx50-index, en een gebeurtenis die voor velen nog vers in het geheugen ligt: de grote financiële crisis van 2008-2009. Jan en Leen belegden beiden op het slechtst mogelijke moment, aan de vooravond van de crisis in juli 2007, in de EuroStoxx 50-index.

Jan belegde eenmalig een grote som. Leen startte op hetzelfde moment, maar belegde gedurende 2 jaar elke maand een stukje (1/24e van hetzelfde bedrag). De crisis slaat toe, en in maart 2009 was de waarde van Jan z’n belegging met 60 procent gezakt. Leen was op dat moment nog steeds elke maand een stukje aan het kopen – tegen flink gezakte koersen ondertussen.

Fast forward naar vandaag. Jan zit nog steeds op een verlies van 8 procent, zelfs na de uitstekende recente beursjaren. Leen heeft haar belegging al sinds november 2013 ‘boven water’ zien komen, en zit vandaag op een positief rendement van 36 procent. Exact dezelfde korf van aandelen, exact dezelfde inleg, exact dezelfde marktevolutie. Het instapmoment van een belegging in de tijd spreiden heeft in dit voorbeeld alle verschil gemaakt. Het is een werkwijze die we ook vandaag, nu de beurzen erg zenuwachtig geworden zijn, in ons voordeel kunnen benutten. Zo maak je volatiliteit tot bondgenoot, en dat is een veel betere strategie dan aan de zijlijn staan te wachten ‘tot de risico’s verdwenen zijn’. (lees: risico’s verdwijnen nooit hélemaal)

Langetermijn of impulsief: het zijn woorden die we in verband brengen met beleggen. Beleggen heeft dan ook heel wat met psychologie te maken … In dit artikel leggen we je uit hoe je als belegger slechte beslissingen kan vermijden. Deze 3 tips mag je alvast niet missen!

Wil je je eerste stappen op de beurs zetten of je beleggingsportefeuille bekijken? Ga dan zeker eens langs bij een Crelan-agent bij jou in de buurt. Hij/zij helpt je met plezier op weg!

 (1) Bron: Credit Suisse Global Investment Returns Yearbook 2021 – Summary Edition, op basis van data van Elroy Dimson, Paul Marsh and Mike Staunton, Triumph of the Optimists, Princeton University Press

Disclaimer: De informatie uit deze publicatie vormt een algemene toelichting bij de financiële actualiteit en mag niet worden beschouwd als een concreet advies of aanbeveling met betrekking tot financiële producten.